Hoe verder met binnenstad als V&D omvalt?

Er is de laatste dagen veel te doen over het mogelijke faillissement van V&D, DA en Macintosh. Een belangrijke vraag die telkens terugkomt is wat er gaat gebeuren met de binnensteden? Blijven de binnensteden nog wel aantrekkelijk of lopen ze verder leeg? Gaan we nog meer via internet kopen? Is er überhaupt nog wel toekomst voor de fysieke winkel? Ik denk het wel, sterker: er ontstaan juist meer kansen voor retailers en de aantrekkingskracht van binnensteden kan versterkt worden. Hieronder een korte analyse, met Den Bosch als casus.

Forse toename leegstand, maar feitelijke impact beperkt

Natuurlijk zorgt een faillissement van de genoemde winkelketens voor een aderlating in de binnensteden en andere winkelgebieden. In één klap komen een heleboel winkelmeters leeg. En die zijn niet zomaar ingevuld. Bovendien liggen veel van deze winkelmeters op A1-locaties, midden in de centra op belangrijke knooppunten. Ter illustratie: de V&D in Den Bosch is gevestigd aan de Schapenmarkt, één van de drukste punten in de stad. In 2012 stond ongeveer 6.000 m² winkeloppervlak leeg. Met sluiting van V&D en de Macintosh-formules (DA is niet in de Bossche binnenstad gevestigd) verdubbelt deze leegstand ruim. De totale leegstand komt ver boven de 10%. Dat is aanzienlijk. Naar aantal winkels is het beeld echter minder ingrijpend, het gaat over vijf winkels. Op een totaal van ruim 500 winkels en nog eens evenzoveel andere voorzieningen is dit natuurlijk ‘peanuts’. Zo bekeken is de werkelijke impact minimaal. Bovendien bevindt een groot deel van het lege oppervlak zich achter één gevel en is niet zichtbaar van buiten. In veel andere steden is dit niet anders.

Impact vooral emotioneel

Fysiek gezien is de impact dus gering. Dit neemt niet weg dat het wel gaat om beeldbepalende winkels. Manfield, Invito, Dolcis en zeker V&D zijn natuurlijk een begrip, met lange staat van dienst en veel emotionele waarde. De Vroom en Dreesman is altijd een publiekstrekker geweest. In Den Bosch zorgt dit er mede voor dat de Schapenmarkt een druk punt is. Dit valt nu weg. Voor veel consumenten is er dan minder reden de binnenstad te bezoeken. Het aanbod is minder, dus waarom zou je gaan? Deels gaat dat op, tegelijk zal een deel van de consument bij andere winkels gaan kopen. De bezoekersstromen verspreiden zich meer over de stad en de consumentenuitgaven verschuiven. Dit is een kans voor andere winkels.  Zij kunnen profiteren, omdat de koek wordt verdeeld over minder winkels. Een eventueel lager bezoekersaantal is voor de andere winkels daarom niet meteen nadelig. Per saldo is voor hen juist meer omzet te verwachten.

Na aderlating kan herstel inzetten

Daarnaast moet je je realiseren dat de winkels die nu ten onder dreigen te gaan, al jaren aan het kwakkelen zijn. Dit heeft vele oorzaken. Eén daarvan is dat de consument deze winkels steeds meer de rug is gaan toekeren en er minder uitgeeft. De winkels hebben onvoldoende ingespeeld op de veranderende markt en zijn in praktijk niet meer ‘relevant’ genoeg voor de consument. De vraag is daarom of de consument deze winkels echt gaat missen. Het feit dat deze winkels trekkers waren en dat veel mensen hier kwamen, wil namelijk niet zeggen dat ze er ook kochten. Het mogelijk verdwijnen van deze winkels is dan een heuse aderlating. De spanning vermindert en het herstel kan ingezet worden.

Differentiatie in koopgedrag

Een belangrijke trend in het consumentengedrag is de toenemende differentiatie in het koopgedrag. Op hoofdlijnen zijn er twee typen koopgedrag; het functionele shoppen en het fun-shoppen. Functioneel shoppen is het gericht doen van aankopen, denk aan dagelijkse boodschappen, een vervangingsaankoop, een nieuwe tv, nieuwe overhemden, etc. Je koopt omdat je iets nodig hebt en kiest daarvoor gericht een aankoopplaats, zoals een winkel of webshop. Funshoppen draait om de activiteit. Je wil iets doen, met als doel ontspannen, ontmoeten of inspiratie opdoen. Ook hiervoor kies je bewust een locatie. Het moge duidelijk zijn dat de locaties voor deze twee typen koopgedrag aan andere eisen moeten voldoen om tegemoet te komen aan de behoefte van de consument.

Binnenstad de plek voor funshoppen

Binnensteden zijn dé plek voor funshoppen. De sfeer, de ambiance en het aanbod maken de binnenstad aantrekkelijk om te shoppen. De mix van voorzieningen, zoals horeca en cultuur, voegt daaraan ook waarde toe. Funshoppen is vaak namelijk aan afgeleid doel van bijvoorbeeld een weekendje weg of museumbezoek. Horeca is daarvan niet meer los van de te zien. Winkels moeten hierop inspelen door zich niet puur en alleen te focussen op het verkopen van producten, maar meer te richten op het geven van inspiratie, service en beleving. De winkelformule van V&D heeft hier niet op ingespeeld en is veel te veel een verkoopmagazijn gebleven.

Binnensteden krachtig en vitaal

De kracht van de binnenstad verschuift van functioneel winkelgebied, naar funshop- en verblijfsgebied, een place-to-be. Dit is de reden dat je ook steeds meer mix-functies ziet, zoals winkels gecombineerd met een horeca, kapper of werkplek. Innovatieve ondernemers spelen hierop in en ontwikkelen nieuwe concepten. In Den Bosch gebeurt dit ook. Nieuwe concepten openen, zoals het Mariapaviljoen, Robbies, Hello Den Bosch. De nieuwe winkel van Piet Zoomers met bijpassende horeca is eveneens een goed voorbeeld. De pas geopende St-Jan parkeergarage geeft een optimale parkeerbeleving en heeft een gave wandelroute naar de binnenstad. En dan als klap op de vuurpijl het unieke concept van BaggyBoys shopservice. Dit is de gastvrijheid die de binnenstad nodig heeft. Dergelijke concepten geven uiteindelijk veel meer waarde aan de binnenstad dan klassieke winkelconcepten als V&D.

De rol van de gemeente

Gemeenten moet dit verder stimuleren door ruimte te geven aan ondernemers, flexibele bestemmingsplannen en stimuleren van innovatief ondernemerschap. Verder kunnen ze samenwerking initiëren tussen stakeholders, zoals ondernemers, vastgoedeigenaren en andere partijen. Wat ze zeker niet moeten doen is angstvallig het bestaande willen behouden en de traditionele ketens overeind houden. Ze moeten inzien dat binnensteden ook zonder deze ketens vitaal zijn en zoveel meer te bieden hebben. Beter is de diversiteit te vergroten en in de binnenstad ruimte te geven aan een mix van winkels, voorzieningen, cultuur, leisure, wonen en werken.

De gemeente ‘s-Hertogenbosch hoeft zich daarom geen zorgen te maken. De binnenstad is het voorbeeld van een vitaal en dynamisch gebied met veel innovatieve ondernemers. Het failliet van de genoemde retailers kan naar mijn idee eerder een aanzet zijn voor verdere vernieuwing en versterking, dan voor een teloorgang. Natuurlijk zal wel eerst een zure appel moeten worden doorgebeten. Blijf in ieder geval niet hangen en ga verder.

Eén gedachte over “Hoe verder met binnenstad als V&D omvalt?

  • 31 december 2015 om 14:25
    Permalink

    Kan mij best vinden in de bovenstaande stelling, maar ligt het niet aan de basis waar ingegrepen dient te worden. Of het nou Den Bosch-Haarlem en of Amersfoort is, laat dan die ‘beleving’ op je inspelen.
    Brillenwinkel-Schoenenwinkel-Modewinkel-Telefoonshop-Brillenwinkel-Schoenenwinkel-Modewinkel-Telefoonshop. Ik word daar dus niet vrolijk van.
    Er moet in beginsel geinventariseerd worden waar de consument behoefte aan heeft. Naar mijn idee niet bovenstaande. Puur beleving gaat verder dan dit! Wij wonen in Frankrijk. De binnensteden zijn helemaal niet meer aantrekkelijk, waarom? Te kostbare m2 alles is naar buiten getrokken en daar gebeurt het. De binnensteden voornamelijk eet-en drinkgelegenheden. Daar gaat Nederland ook naar toe met of zonder V&D.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *